‘Ga naar de drogist hiernaast. Hier kost het vijftien euro. En we hebben maar een soort.’
Plastic tasjes (dat mocht toen nog) vol met medicijnen heb ik hier gehaald voor mijn moeder. Een goede klant wordt kennelijk beloond met goede raad. Korting geeft een apotheek niet.
‘Heeft u alles kunnen vinden?’ vraagt het meisje achter de toonbank. Ze bedoelt of ik na een halfuur eindelijk klaar ben.
‘Ja, ik kan alles wel vinden, maar ik weet niet wát ik moet zoeken.’
‘U staat bij de oogdruppels.’
‘Wat een kleine letters. “Branderige, vermoeide, jeukende, rode ogen…” Welke moet ik nemen?’
‘Hoe moe zijn uw ogen?’
‘Nu heel moe.’
‘Dan zou ik voor vermoeide ogen gaan.’
‘Nee, daar wil ik juist vanaf.’


Leuk gevat stukje
Lisa. Dank je wel.
Ik zie het voor me. Ook de jongeren die bij een zeker keten van drogisterijen werken aan de kassa en dan bij aanschaf van bijvoorbeeld paracetamol vragen of ik de werking van dit medicijn ken. Soms heb ik de neiging om nee te zeggen en dan horen wat het antwoord is. Ik laat het meestal achterwege.
Levja. De verhalen liggen op straat of vind je in een winkel.
Grappig stukje.
In het echt lijkt het me knap lastig als je echt last hebt van je ogen en zelf op zoek moet naar de juiste oogdruppels. Zouden de medewerkers ook zo afwachten als er iemand met een blindenstok of blindengeleidehond binnenstapt?