‘Wat heb je nu gedaan, Vreeswijk?!’
‘Ssst, het is hier een stiltegebied, nicht Alida.’
‘Daarom hoef ik nog niet muisstil te zijn. Je hebt de tafelpoot op mijn lievelingsboek gezet.’
‘Ja, dat tafeltje wiebelt.’
‘Dan zet je het toch niet op Louis Couperus?’
‘De titel alleen al…’
‘Alles gaat toch voorbij, Vreeswijk?’
‘Er staat een fout in.’
‘Vroeger schreef je ‘menschen’.’
‘Ik bedoel, die komma hoort er niet.’
‘Waar niet?’
‘Tussen ‘de dingen’ en ‘die voorbijgaan’. De dingen gaan voorbij, toch niet de oude mensen?’
‘Soms zou je…’
‘Ik ga de zee in. Jij houdt toch nooit je mond, nicht Alida.’
‘Pas op, de zee is stil, maar de stroming is krachtig.’
‘Zolang het maar een stille kracht is, Alida.’


Han, je hebt er inmiddels zoveel geschreven, een bundel waard! Grt
Die heer Vreeswijk toch. Volgens mij heeft de roman zelfs twee komma’s:
‘Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan … ‘
Maar Vreeswijk doelt op de komma na dingen. Taaltechnisch correct, ik vind echter de speling van de op mijn moderne manier van lezen juist zo boeiend.
Dus: ‘Van oude mensen die voorbij gaan.’
Ik blijf het een meesterwerk vinden.
Levja. Volgens mij ook twee komma’s. Je kunt het op meerdere manieren lezen.
Luc. Dank je. Alleen ‘nog even’ een uitgever vinden.