Frans vindt het een prima voorstel. Ook de collega’s zijn er van overtuigd dat het afstoten van de touwslagerij uiteindelijk voor het bedrijf het beste is. Er is echter nog één persoon die dat ook moet vinden: Herman, de directeur. Het was zijn opa, waar hij naar is vernoemd, die de touwslagerij was begonnen en had uitgebouwd tot een florerende garenspinnerij.
De mannen zaten tegenover elkaar toen Frans de knuppel in het hoenderhok gooide. De frons die Herman produceerde deed Frans in een onbedaarlijke lachbui schieten. Eenmaal wat gekalmeerd verklaarde hij: ‘Ik zag de “Tau” tussen je ogen verschijnen, komisch toch?’
‘Een touw?’, vroeg Herman lichtelijk argwanend.
Opnieuw barstte Frans los en hikte: ‘Nee, niet “een touw”, “de Tau”, ge-wel-dig!’

Willem, je epos van dit historisch perspectief roept de nodige vragen op. Zo kan ik de boetvaardigheid niet plaatsen in combinatie met een verloren beroep. Ik weet niet waar je op vakantie bent geweest maar…euh…tja…euh…hmm…
Grt.
Luc, er is in mijn stukje geen sprake van berouw. Het is puur de verwarring rond de schrijfwijze (om te horen klinkt die hetzelfde) van ‘Tau’ (de frons ziet eruit als deze Griekse letter) in een wereld waar het om ’touw’ draait. Ik begrijp echter je reactie/vragen. Humor blijft iets heel persoonlijks (en zeker Griekse).
Willem, Tau had ik begrepen als goed Katholiek zijnde. Ik hou het maar bij Griekse yoghurt met honing. En ja, er zijn nog wel wat meer prettige gebieden die ik met Grieks associeer, maar dat terzijde. Grt
Ja, je hebt gelijk wat humor betreft…
Het leukste vind ik het gebruik van Frans en fr3ons.
Willem. Deze moet ik nog een paar keer lezen…