‘Hoi oop.’
‘Hoi Tijl, wat ben je vroeg.’
‘Ja, meester Ewald moest naar een soort rechtbank.’
‘Zo, dat klinkt heel serieus.’
‘Hij heeft ook gezegd waarvoor, een moeilijk woord.’
‘Kun je je het niet meer herinneren?’
‘Het was iets dat je bij voetbal ook wel eens hoort.’
‘Eens denken… was het iets met arbiter?’
‘Ja, maar dan net wat anders.’
‘Arbitrage misschien?’
‘O ja, nou weet ik het weer: arbitragecommissie.’
‘Heeft de meester ook het woord conflict genoemd?’
‘Ja en ook iets met schillen, maar geen appel.’
‘Dat was waarschijnlijk geschil, een deftig woord voor ruzie.’
‘Dat was het. Waarom maken mensen ruzie opa?’
‘Heb je een uurtje?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Er zijn te veel redenen om op te noemen.’

Leuke dialoog, Willem, maar meester Ewald moet wel streng zijn: teveel – te veel. Alleen als teveel een zelfstandig naamwoord is wordt het aan elkaar geschreven.
Voorbeeld: Het teveel aan regenwater moet worden afgevoerd.
Dank Ewald. ik pas het aan.
Lijkt een eitje Willem, je schudt ze zo uit je mouw. Grt.