‘Hè, verdikkeme. Nu doe je het weer!’
‘Wat schat?’
‘Praten! Ik ben een podcast aan het opnemen met deze meneer.’
‘Waarover?’
‘Dag mevrouw, ik ben jongleur, maar Ik kan u geen hand geven.’
‘Ja, corona…’
‘Nee, ik heb geen handen. Zo ben ik geboren.’
‘Hoe jongleert u dan?’
‘Niet dus. Alles valt.’
‘Is een vuurwerkongeluk niet pakkender?’
‘Maar dat is niet waar.’
‘Ja. En? Dat hoort toch niemand? Een cirkelzaag, lijkt u dat wat?
Maar goed, zie maar. Ik laat jullie alleen. Ik heb een invitation voor een Clubhouse-sessie.’
‘Waar gaat het over, schat?’
‘Een stukje maatschappelijk verantwoord ondernemen, een stukje klantgerichte omgangsvormen en een stukje personal branding.
Zit mijn haar goed, schat? Zal ik mijn nekkraag omhouden of afdoen?’


Zou de jongleur zonder handen niet aan de slag kunnen als de jongleur met de onzichtbare ballen? Laat ie niets meer vallen ook. Een stukje pragmatisch denken.
Ewald, goed idee. Maar dan wel in een theater met onzichtbaar publiek. Nou ja, theaters zijn sowieso nog steeds bijna leeg.
Han, nu moet ik opeens denken aan de onzichtbare man op het podium. Carré zat tot de nok toe voel.
https://120w.nl/2017/niet-te-geloven/
Ewald. Leuk, alweer een tijd geleden.