‘Neen, nicht Alida. Het is ter nagedachtenis aan en niet van. Je denkt hier toch aan en niet van iemand. Het staat verkeerd op de steen van je vader.’
‘Nou, zeg dat niet te hard, Vreeswijk. Ik denk veel van jouw vader…’
‘En wat denk je dan, Alida?’
‘Nou, gewoon…’
‘”Gewoon”? Ook zo’n vreselijk taalgebruik. Zeg toch wat je bedoelt.’
‘Dat ik altijd bij hem op schoot moest zitten.’
‘Ja, vader was lief.’
‘Ja, wat was ie lief – ik moet plassen. Wacht maar in een ontvangstkamer.’
‘Meneer, u staat hier al lang. Ter nagedachtenis van wie?’
‘AAN! – ik dacht dat die blaasproblemen van Alida over waren…’
‘Het valt niet mee je geliefde te verliezen, hè. Wilt u koffie? Cake erbij?’


Han, waarschijnlijk geeft Het Groene Boekje aan dat alleen ‘aan’ goed is. Zowel Van Dale als Onze Taal rekenen beide goed: ter nagedachtenis aan, ter nagedachtenis van.
Ewald. Haha, ik zat erop te wachten. Dat weet ik sinds jaar en dag. Vroeger was er onderscheid zoals je kunt lezen.
De heer Vreeswijk denkt daar ten onrechte anders over.
Ah, een instinker dus. Daar heb je me!
Ewald. ‘Een aardigheidje meneer Sonneberg.’