‘Nou, dat was het dan,’ zei God tegen zichzelf.
Het keek nog eens naar dat smeulende bolletje, waar Het zo trots op was geweest. Een kunststukje van de bovenste plank (als die er geweest waren). Oké, het had even geduurd voor de chaos een beetje in heelheid was overgegaan, maar tijd speelde geen enkele rol. Die term was trouwens door de mensen bedacht om zich ergens aan vast te kunnen klampen.
Waar was het nu toch misgegaan, vroeg God zich af. Alles was er in overvloed geweest, wel wat jammer dat die aardlingen de oproep tot vermenigvuldigen wel heel serieus hadden genomen.
God zuchtte, stak een zonnetje aan ter nagedachtenis aan ‘moedertje aarde’ en ging zich beraden over iets nieuws.

“Flink” uitstapje Willem. Zin twee, indien “het” teruggrijpt op God, is God dan vrouwelijk, mannelijk of zoals hier onzijdig?
Ik hou het even op koekjes bakken…Grt.
Onzijdig Luc en koekjes bakken is helemaal geen slecht idee 🙂
Leuk bedacht, Willem. Om het effect nog te versterken zou ik ‘het’ nog met een hoofdletter hebben geschreven. ‘ … waar Het zo trots op was geweest … ‘
Mooi beeld Willem, goeie laatste zin ‘een zonnetje aansteken’, briljante vondst 🙂
Dank je wel Inge, mooi dat je de associatie gezien hebt!