De woorden ontglippen me. Het maakt me bang. Lappen tekst kon ik onthouden. Dialogen van tien, vijftien minuten. Regel voor regel stampen en de volgende en terug van voren af aan. Het was een cadans. Zoals een marathonloper z’n kilometers opbouwt, zo bouwde ik bladzijde na bladzijde op in m’n hoofd. Ik genoot ervan. En dan gaan spelen met de tekst, nuancering aanbrengen, een quasi hapering inbouwen, grimassen, het bewegen van handen, schouders, hoofd. Dat personage worden terwijl de tekst als vanzelf over m’n lippen kwam, gefluisterd, gepreveld, gestameld, geschreeuwd. Een exodus van klanken om de zaal te ontroeren, te verbijsteren, te schokken of doodstil te krijgen. Maar nu waaien de woorden weg. Alle ramen en deuren staan open. Doodsbang.

Heel mooi verwoord Willem, sterke beelden.
Dank je Inge!