In één ding was de koning ouderwets te noemen. Hij vertikte het om zich te laten fotograferen voor een statieportret. Alleen een vakkundig gemaakt schilderij kon volgens hem niet alleen het uiterlijk, maar ook het innerlijk zichtbaar maken.
De huidige hofschilder, gezegend met de passende naam Julius Vernis, bezat de kwaliteiten om zijn vorst zo te portretteren dat vrijwel iedereen die het bekeek lichtelijk van streek geraakte.
Julius bezat een penseelvoering die meer met toveren dan met schilderen te maken had. Zoals hij ogen op het doek bracht, ogen die je aankeken met een liefde en mildheid, die in het fysieke gezicht toch echt iets minder zacht straalden, was maar aan weinigen gegeven. De kunstenaar kon er goed van leven.

Mooi stukje, Willem.
De titel ziet er naar mijn minder niet echt fraai uit.
DE KONING(, DE NAR) EN HET PENSEEL
Dit lijkt mij mooier:
DE KONING, (DE NAR) EN HET PENSEEL
En toch, voor de meeste geschilderde portretten vandaag de dag, ligt een foto of zelfs meerdere ten grondslag. Grt
Ik ga het aanpassen Ewald.
Je zegt het Luc, de meeste 🙂
Mooi opgelost, Willem!