‘Ik heb alleen dit tafeltje voor u.’
‘En bij het raam?’
‘Dat is voor speciale gasten.’
Ik zit ingeklemd tussen een kapstok en een aquarium met een luidruchtige pomp – het toilet is gelukkig dichtbij.
Op de menukaart staat mijn lievelingsgerecht: chateaubriand met bearnaisesaus. Maar dat is voor twee personen.
‘Heeft u al een keuze gemaakt?’ vraagt de ober.
‘Kan ik ook voor één persoon chateaubriand bestellen?’
‘Als u vier ons vlees op kunt wel.’
‘Alleen kippensoep dan.
Ober, mag ik de rekening?’
‘Meneer wil pinnen?’
‘Ja.’
‘Gezien het geringe bedrag moet ik u wel een euro extra in rekening brengen.’
‘Dan krijg ik nog vijftig cent van u.’
‘Van mij…?’
‘Ja, want ik had u vijftig cent fooi willen geven.’


Leuk Han. En een beetje treurig, je voelt je als alleengaande vaak wel gediscrimineerd. Leuk opgelost 🙂
(Check ff de aanhalingstekens bij kippensoep en de rekening.)
@Inge. Dank je. De aanhalingstekens staan goed, want de ik-persoon blijft aan het woord, zei het met een onderbreking.
@Han Oké, ik denk dat afsluiten en weer openen na een enter beter is. Maar jouw stukje 🙂
@Inge. Dat deed ik vroeger ook. Maar dan wordt er vaak gezegd dat het onduidelijk is wie er aan het woord is. Een eenduidige richtlijn hiervoor heb ik nooit gevonden.
Ik ben het met je eens Inge.
In plaats van de enter die eigenlijk niet nodig is had nog een tussenregel gekund. Een korte pauze volgt. Of zoiets.
Ook ik had aanhalingstekens sluiten en weer openen mooier gevonden. De witregel geeft een sprongetje in de tijd aan en uit de tekst blijkt bovendien overduidelijk wie er aan het woord is.