Hoop, zegt Van Dale, staat niet in mijn woordenboek. Sedert het ongeval loopt André Van Dale kromgebogen door het leven. Volgens de dokter is het niets fysieks. Toch schrijft hij hem nog wekelijks pillen voor. Tegen waangedachten.
Elke nacht om kwart over twee schrikt hij wakker. Het tijdstip waarop hij zijn vrouw en zijn dochtertje de dood injoeg. Een scherpe bocht, een bruuske beweging aan het stuur, meer was er niet nodig. Uren duurt het vooraleer hij opnieuw indommelt. Als de wekker gaat, ontwaakt hij in een schurend missen.
In de lerarenkamer op school laat hij foto’s door zijn handen glijden, overblijfselen van een schemerige droom.
‘Verlies de hoop niet,’ zeg ik.
‘Hoe kun je iets niet verliezen?’ vraagt hij.


Recente reacties