De wanhoop was er gewoon, ze draaide geen shiften, ze bood een 24/7 service aan. Compleet, all-in.
Honger noch dorst. Leegte. Leven op automatische piloot.
Eenzame donkere put met gladde steile wanden.
Moeizaam, langzaam kroop ik omhoog. Halverwege keek ik even achterom… Wankel en aarzelend werd vastberaden.
Hier zou ik nooit meer terugkomen. Nooit. Als ik het nulpunt, het beslissende punt, de zogenaamde druppel maar kon herkennen in de toekomst.
Alles zag er weliswaar als vanouds uit.
Ik ademde de levenslucht in en genoot van kleine dingen. Overwinningen.
Ik bekeek mezelf in de spiegel.
Mijn spiegelbeeld glimlachte, mijn zelfbeeld glunderde, ik wist dat blauw ooit grijs zou worden maar nooit meer donkergrijs. Mijn maliënkolder lag klaar, het gevecht kon beginnen.

Ik kan geen verhaal over donkere putten meer lezen zonder aan Murakami te denken…