‘Hoe is het?’
‘Och.’
‘En met je polsen? Laat eens kijken… Nou, dat geneest mooi, hè?’
‘Och.’
‘Is mevrouw Wiegman nog langsgekomen? Aardig mens, hè? Als zij er niet was geweest.’
‘Ik heb niets aan d’r.’
‘Uiteindelijk moet je het zelf doen. Dat zei je tegen mij ook altijd. Ik ben je zo dankbaar. Dag in dag uit was je er. Op ieder bezoekuur. Petje af!’
‘Och.’
‘Weet je nu al wat je dwarszit? Die depressiviteit moet toch ergens vandaan komen.’
‘Tja…’
‘Ik ga er even tussenuit. Ik moet ook een beetje aan mezelf denken, begrijp je? Ik ben bang dat anders die depressie weer terugkomt.’
‘Natuurlijk. Ga gerust je gang. Hoelang blijf je weg?’
‘Twee weken.’
‘Twee weken maar?’


Hoe triest het onderwerp ook is; geestig neergezet, Han.
‘… Nou, dat geneest mooi, hè?’ Heerlijk cynisch.
@Ewald. Dank je wel.