Ik wond mijn nieuwe speelgoedauto op en zette hem op de grond, de plek waar mijn wieg moet hebben gestaan. Nog geen minuut later stond ie alweer op dezelfde plaats. ‘Hij rijdt alleen maar rondjes,’ klaagde ik bij mijn vader. ‘Het is maar speelgoed, maatje.’
’s Zondags met mijn vaders auto rechtuit naar Hilversum. Hij wist de weg, kon goed autorijden, dus kon er niets gebeuren. We bezochten mijn depressieve tante, die weer eens ‘een poging had gedaan’. Ze kwam weer op hetzelfde punt uit.
Ik rijd wat in de rondte en wind me soms op. Als ik weer thuiskom en mijn auto veilig heb geparkeerd, denk ik vaak aan mijn speelgoedauto. Wat is dezelfde plaats toch een heerlijke thuiskomst.


Han, veel overeenkomsten met mijn eigen jeugd en leven. Opwindspeelgoed is niet echt heel opwindend voor een creatieve jongetjes (en meisjes). Depressieve tantes (en ooms) zijn dat evenmin, al slaagde míjn tante er dan wél in. Jouw vader reed auto, de mijne niet, maar als ik op de fiets thuiskom, ervaar ik hetzelfde als jij.
@Ewald. Je weet, ik houd het ’t liefst bij het Nederlands, maar in dit geval maak ik graag een uitzondering: ‘Home is where the heart is!’
Han, a truth as a cow …