Tijdens een moment van onachtzaamheid betreed ik jouw akker. Mijn uitlopers betasten de droge klei op zoek naar vruchtbare bodem. Langzaam woekerend verdring ik alles wat je hebt gezaaid. Met mijn rode vruchten probeer ik je te verleiden, maar ze zullen je niet bekoren.
Zodra je mij erkent is het te laat. Ik kijk toe hoe je wanhopig strijdt. Op je knieën probeer je jouw akker van mij te schonen. Jouw wanhoop is aandoenlijk, maar medelijden is mij onbekend.
Terwijl de seizoenen langstrekken verander je. Waar is dat zielige hoopje mens gebleven? Je hebt ineens respect voor me en verdrijft me naar de berm. Soms laat je me toe. Toch word ik iedere keer weer verdreven. Je hebt me geaccepteerd.

Recente reacties