Het leven glipt uit je vingers, sluipt uit je lijf, je hoofd, je hart. Alsof je doodbloedt. Alles staat dan stil in jou en het is aardedonker om je heen. Het lijkt alsof er iemand in je is gekropen die alles kapot heeft gemaakt. Je ben kapot, gesloopt, verlamd. Geen sprankeltje licht, geen spoor van hoop. Enkel donkerte, eenzaamheid en wanhoop. Het geen houvast meer hebben, steeds dieper en dieper vallen in een gat. Eruit willen stappen, alles verlaten.
Helaas weet ik hoe een depressie is en voelt, wat het met je doet. Ik werd gek, hoorde stemmen, wilde dood. Alweer. En hoewel het meer bespreekbaar wordt, vindt men het nog vaak eng. Het blijft behoorlijk onbespreekbaar, onbegrijpbaar misschien vooral.

Annemarije, Goed weergegeven. Na deze drie weken, waarin zo’n tweehonderd depressiestukjes worden geschreven, is het taboe voor eens en voor altijd geslecht.