‘Tante…?’
‘Kom erin jongen. Ik ben in de inloopkast, ik zoek een goed hangertje voor je jas.
Lekker weer hè?’
‘Alles goed, tante?’
‘Ga zitten dan schenk ik koffie in. Je bent net op tijd. Een oranje tompouce?’
‘Op tijd?’
‘Ja, ze beginnen zo.’
‘Wie?’
‘De Oranje Leeuwinnen.’
‘Maar…’
‘Verdringing, jongen. Die keepster, knap meisje, vind je niet?’
‘Nou…’
‘En dat snelle donkere meisje op rechts met dat haar geverfd en geschoren als een voetbal…
Vroeger op het atelier werkte er ook zo eentje; we waren gek op elkaar. Maar het kon toen niet.’
‘Maar ben u dan…?’
‘Ik ben altijd geweest wie ik moest zijn, maar nooit wie ik ben.
Jij ook een oranjebittertje? Ik heb wat te vieren.’


Leuk Han, die twee stukjes.
Met panoramadak lokte je mij – in gedachten dan- ook een dergelijk stukje uit. Zie ginds.
Leuk stuk, Han. Mooie vondst dat tante in het begin in de kast staat 😉
Wat mij betreft juist op zichzelf staand een sterk stuk. Geen deel 1 bij nodig.
@Nele. Dank je wel!
@Inge. Zou kunnen, maar deel 2 verklaart wel degelijk de narrige houding van tante in deel 1.
@Han: goed zo, tante, in de inloop kast eruit komen!