Ze loopt naar het randje van de duikplank. De laatste duik voor ze zich gaat omkleden moet goed zijn. Als een ongeleed reptiel suist ze door het water, voorbij haar jeugd en nog jonge moeder. Hier heeft ze haar diploma gehaald, maar is ze haar groene krokodil kwijtgeraakt.
Nee, niet het trappetje; ze heeft nu kracht om zich aan de rand op te trekken. De helpende hand van een badmeester wijst ze af.
De knip op het badhokje, handdoek over haar hoofd. Haar staartjes zijn terug, haar moeder is jong!
Wat is dat geluid? Iets groens schuift onder de deur door… ‘Waar was je toch al die jaren?!
Niet weggaan!’
Hij is alweer weg. Alleen maar water op haar hoofdkussen.


@Han. Gewoon mooi, evenwichtig proza.
@Cesar. Dank je wel.
@Han. Ik sluit me bij Cesar aan. Alleen met ‘door het water suizen’ heb ik wat moeite. Suizen associeer ik meer met een geluid (ruisen) of een beweging dat een suizend geluid voortbrengt.
@Ewald. Als ik in het water duik, hoor ik het wel degelijk suizen. Maar hier is het vooral overdrachtelijk bedoeld.