De trans-Atlantische man die denkt dat ie groots is met zijn te lange stropdas, geeft het mannetje gekleed in een truitje een hand die hij niet meer los lijkt te laten.
‘Het is mijn volkstuin,’ zegt het mannetje verdrietig. ‘De buurman heeft stukken ingepikt en die wil ik terug. Hij kan van mij de prut in!’
‘Daar komen jullie nooit uit, daar heb je een zwaargewicht voor nodig. Ik zal met hem praten.’
‘Waar, in de kantine van mijn complex? Ik wil daarbij zijn.’
‘Nee, ik heb met hem afgesproken op een passende locatie: McDonald’s.’
‘En ik dan?’
‘Jij bemoeit je nergens mee als je nog een stuk grond wilt overhouden – en de opbrengst van je moestuin is voor mij.’


Was het maar een simpel gevalletje voor De Rijdende Rechter…
Lousjekoesje. Ik maak het graag metaforisch.