‘Ik ben echt geen man wiens pantoffels klaar moeten staan als hij thuiskomt. Maar als ik pas om acht uur een hap eten krijg… “Je moet maar sushi halen,” zei ze op Internationale Vrouwendag. Maar bij sushi past geen kuiltje jus – weet u wat het ergste is?’
‘Nou?’
‘Ze verdient meer dan ik. Dat is mijn eer te na als man. Ik kan er niets aan doen, dat kleeft aan me als koude rijst aan je gehemelte. We hebben het te goed, en dat bekomt me verkeerd, als bedorven sushi. Ik verlang naar de zuinige tijd van toen.
Ze kookt niet eens zuurkool meer voor me. Lekker veel, zodat je de volgende dag nog een kliek op brood hebt. Heerlijk.’


Dit leest als een ode aan de Kronkels van Carmiggelt.
Cesar, ik vat dit op als een mooi compliment. Dank je wel.