Het is koud maar dat geeft niets. Wind komt door de kieren, ik hoor de dakpannen klapperen. Klinkt angstwekkend en voelt armoedig, maar boeit verder van geen meter. Ik moet meters maken want straks is het donker en word ik naar beneden geroepen.
Zorgvuldig leg ik met wol een parcours uit. De tapijttegels voelen ruw aan en schuren als ik op mijn knieën de bochten onder het schuine dak probeer te leggen. Het moet allemaal passen. Gelukkig blijven de draden goed plakken op de vloer. Ik loop alles nog eens goed na en zorg ervoor dat de woldraden niet aan mijn sokken blijven hangen. De racewagens staan ongeduldig te wachten op de grip. Ik tel tot drie. Weg zijn ze.

Recente reacties