Mijn grootouders woonden in mijn jeugdjaren in een groot herenhuis in Amsterdam. Daar vierde de familie menig Koninginnedag en Nieuwjaar. Aan de achterzijde grensde de tuin aan de Jellinek Kliniek. Het immense hek bleek vaak onvoldoende hoog. In de tuin belande voetballen werden in de kelder bewaard en eerlijk onder kleinkinderen verdeeld.
Op de eerste etage stond de biljartkamer, waar mijn grootvader mij basale driebandtechieken aanleerde. Ik ben hem daar nog immer dankbaar voor. Randvoorwaardelijke vaardigheden voor de hand van zijn dochter, aldus mijn schoonvader. Ik laat hem nog altijd winnen.
De zolderetage, die was minder gezellig. Hier woonde volgens een deurbordje het familiespook of de Familie Spook. Die deur liet je dicht, aldus de griezelverhalen van mijn oudere neven.


Na mijn grootouders woonde de schilder Leo Schatz (1918 – 2014) in het huis. Hij verbouwde de zolder tot zijn atelier. Ik vermoed dat de spoken toen verdreven zijn.
http://www.leoschatz.nl/Biografie.php
Kunstenaars kunnen zelf anders ook flink spoken. Wellicht huizen er nu nieuwe spoken. Bij ons thuis was de zolder juist de plek waar de ultieme slaapkamer zich bevond. Ver weg verstopt van de rest. Als jongste spruit moest ik heel lang wachten, voordat ik aan de beurt kwam. Maar toen had ik ook meteen het hele huis voor mij alleen.
Ik wil een hartje geven maar dat lukt niet. De twee kromme pijltjes blijven cirkelen maar raken het hart blijkbaar niet.
Een zolder is de ideale plek voor een spook om te verblijven. Menig script is er vanuit gegaan.