De toekomst begrensd tot een paar honderd meter. Wolken omarmen boomtoppen vol ontvouwend blad. Wat eigenlijk nooit echt zwart of wit kan zijn, is nu vriendelijk grijsaardig. Verstilling na een oranje nacht. Het piepen van de net opgeladen auto in achteruitstand, misthoorn in de slaperige woonwijk. Het vertrouwde silhouet van mijnheer kauw zich opwarmend op zijn favoriete schoorsteen. De trein naar het noorden die plots passeert met dof geluid. De vliegtuigstilte. Stilte.
Schrijf ik daarom het liefst op deze momenten? Maakt het ruimte voor het brein als we minder kunnen opnemen? Nemen we meer waar als er minder te zien is?
Ik zal de zonnewarmte straks zeker omarmen. Maar de wereld een stuk minder hard. Dat kunnen we wel gebruiken.


Zolang het niet mistschrijven wordt prima toch? De een schrijft het liefst in de schemering de ander midden in de nacht. De ander dag en nacht. Het kan allemaal. 🫠