‘Godsamme, ik heb me een paar platpoten gelopen,’ zegt tante zoals altijd mopperend goedgemutst. ‘Woon je aan het eind van die straal van 5 kilometer, heb je dubbel pech. Als ze die regiokantoren niet hadden gesloten, waren er pinautomaten genoeg.
Aan mijn arm loopt tante op haar uit de tijd geschoven, maar netjes gepoetste instappers verder. Haar goede inborst in een lange jas, als een mantel die de liefde van een uitgewaaierde familie bedekt.
‘Heeft u altijd zoveel geld in huis, tante?’
‘Betuttel me niet, jongen, dat doen er al genoeg. Ik neem een advocaatje, daar heb ik geen bingo bij nodig. Met slagroom. Jij een biertje? – zal er oorlog komen, denk je?’
‘Ach tante, gaat u maar rustig slapen.’


@Han: wat een mooie omschrijving van de functie van de lange jas!
Lisette. Hoewel grotendeels fictie, is tante in alle opzichten een hartelijke vrouw.