Ik was er begonnen als vrijwilliger, opkrabbelend na een lelijke geestelijke val. Het was een goede plek voor me. De eigenaar was een dominee met een groot sociaal hart, wat heel fijn was. Hij was minder sterk in het geregel met de financiën. Zijn collega was gelukkig iemand die een combinatie van zakelijkheid en betrokkenheid met zich meenam.
Op een dag liepen beiden wat gespannen rond. Er zou bezoek komen, een gefortuneerd zakenman, die als weldoener onze organisatie soms geld schonk. We hadden een mooi verslag gemaakt van onze activiteiten. Het werd hem overhandigd. Hij wierp een korte blik op en vroeg toen waar de lunch was gereserveerd. Zijn geld rolde gewoon door, hij hoefde niet echt te weten waarheen.

Wie veel heeft (te veel) let niet op peanuts…
Zou ‘Welgedaan’ in dit geval geen betere titel zijn geweest, gelet op het weekwoord: Weldoener.
Je moet het stukje nog even aanmelden om mee te doen, Lisette.
@Luc: tja, en die peanuts zijn dan weer reuzepinda’s voor anderen.
@Ewald: dank voor je tip, heb het aangepast. En ik vind de titel zelf mooier zo.
Zo zie ik weldoeners het liefst. Gelijk een gewone man. Casual gekleed. Spijkerbroek, blouse, jasje. Geld schenken zonder poeha. Mooi stukje Lisette.
@Mien: dank je. Maar deze weldoener was wel erg weinig ig geïnteresseerd in ons werk.
Was mogelijk zelf reeds lang uit het arbeidsproces.