Een boom van een kerel. Jurre jut dagelijks op het brede strand. Wrakhout en wat mensen weggooien sleept hij met armen als bielsen over de duinen. Als het daar ligt, is het van hem. Een ongeschreven regel onder het juttersvolk. ‘Mensen gooien zomaar van alles weg. Maar zelfs als ik van waaibomenhout meubels maak, is het opeens duurzaam “vintage”.’
Een jaar later loop ik weer over het brede strand, maar kom Jurre niet tegen. Ik ga de duinen over. Jurre zit als een geknakt twijgje voor zijn huisje. ‘Schrijf je adres op,’ zegt hij. Meer niet.
In de herfst ontvang ik een envelop met een foto van Jurre.
‘Anders gooien ze ‘m weg nu ik er niet meer ben. Jurre.’


Wat een triest einde. Ik moet denken aan Ameland van Boudewijn de Groot.
Lousjekoesje. Ja, dat is een prachtig lied van Boudewijn de Groot. Een van de goede uitzonderingen als het gaat om Nederlandstalige muziek.
Mooie ontmoeting
Alice. Dank je.
Mooi realistisch. Aan alles komt ooit een einde. Geniet van het strand en van het leven.