Ik ben als hoogbegaafde vroege leerling gelijk van de peuterspeelplaats naar een werkplaats gegaan. Wat een asociale werkplaats zeg. De eerste dag stuurden ze mij naar de winkel voor een doosje nanodeeltjes. Alsof ik achterlijk ben. Ik kwam terug met een doosje bougievonkjes en toen kon ik gelijk weer gaan.
Nanodeeltjes, genen… je ziet ze niet dus wat moet je ermee? Behalve cellen. Ik heb cellen waardoor ik eeuwig jong blijf. Gisteren reed ik in mijn eentje in mijn Eendje naar het strand. Ligt er een oudere vrouw – nog lelijker dan mijn Eendje – van achter in de twintig naast me en zegt: ‘Weet je mama dat je hier bent?’ Ik pak m’n emmertje, schepje en zwemband en ga gelijk ervandoor.


Recente reacties