Tegenwoordig is het niet meer zo heftig als tijdens de slechtste periode, maar zodra ik een dof gevoel in mijn trommelvlies voel… Dan herleef ik vaak mijn eerste ontmoetingen met mijnheer Menière. Die waren namelijk extreem. Urenlange draaiduizelingen, alsof je in een astronautensimulator zit.
Nu komt mijn duizeligheid vooral als ik te lang achter elkaar buk en beweeg. Onkruid wieden stop ik na twee gevulde manden. Bonsai werd mijn zittende tuinier-alternatief. Mijn oude liefde piano spelen, die heb ik op moeten geven. Lees ik bladmuziek tijdens het spelen, dan ben ik binnen vijf minuten voor de rest van de dag duizelig. Ook mijn werkende uren heb ik hierdoor moeten terugschroeven. Mijnheer Menière, ik accepteer inmiddels zijn bestaan, maar eraan wennen?


Het is een erkende ziekte. Sowieso is ziekte een last maar Meniére is wel een beroerde zogezegd. Gelukkig kun je er mee om gaan, of leren omgaan. Wennen zal het inderdaad nooit.
Lastig die ruis. Wel goed beschreven. Sterkte … of juist niet … qua lawaai.