‘Wie is uw huisarts?’ vraagt de assistente.
‘Daar spreek ik toch mee? Dat moet u weten.’
‘Nee, we hebben vaak veel invalartsen.’
‘Bent u soms inval-assistente?’
‘Soms, maar niet altijd.’
‘Wilt u niet op het gras lopen, meneer?’
‘Nou, dank u voor uw aanbod, maar u verhindert dat op uw grasmaaier.’
‘Wilt u misschien zitten, meneer?’
‘Misschien, mag ik daar nog even over nadenken?’
‘Formatienieuws: vergaand asielbesluit.’
Hoe kan iets wat niet is besloten vergaan?
Johan Derksen neemt het op voor Wilders: ‘Timmermans is geen echte Fries. Dan ben ik een Limburger.’
‘Weet u waar de kaneelstokjes liggen?’
‘Bij de kruiden en specerijen.’
‘Daar lagen ze niet.’
‘Dan moeten ze nog komen; ze zijn niet zo snel met die stokjes.’


Gesprekken om even over na te denken. Spreektaal ontwikkelt zich en is als spreektaal prima te begrijpen. Wanneer je het opschrijft zie je dat er iets ‘mee is’. Over de grasmaaier had ik iets meer bedenktijd nodig.
Alice. Deze spreektaal met al dan niet een terechte ontkenning erin, zoals bij de grasmaaier, is al zo oud als de weg naar Rome. De opvatting om altijd in spreektaal te schrijven tegenwoordig, wijs ik absoluut van de hand. Het woord zegt het al. Om maar helemaal niet spreken van straattaal.
Heel treffend, leuk.
Luc. Bedankt!