‘Twee bier graag.’
‘Twee?’
‘Ja.’
‘Als de eerste op is dan tap ik gelijk een tweede voor u, hoor. Geen probleem.’
‘Nee. Van één glas bier kun je zeven soorten kanker krijgen, over de tweede wordt niets gezegd. Dus laat ik de eerste staan.’
‘Maar dat is toch niet logisch? Ik bedoel…’
‘Wat is er nog wel logisch? Ik drink altijd íéts boven de norm: twee glazen per dag. Net íéts te weinig voor mij. Meestal worden het er vier. Nou, die twee extra zijn dan voor mijn eigen risico, zul je me niet over horen. Maar als ze opeens de norm gaan wijzigen, wie denken ze dat ze zijn om mijn lotsbestemming te bepalen?
Doe er nog maar twee.’


Een bijna onnavolgbare redenatie van de mopperende drinker, maar zo te lezen is het voor hem klaar als een klontje. Heerlijk als je zo overtuigd kan zijn.
Doet me denken aan een verhaal dat een leraar onze klas vertelde: dat een kastelein, die dagelijks zelf het eerste biertje (toch dat eerste biertje!) uit de tap dronk, overleed aan kopervergiftiging.
Haha. Het zou zo een scène uit het satirische programma Komt een man bij de dokter kunnen zijn.
Deze scène uit Komt een man bij de dokter bedoelde ik. Aah, John Kraaykamp…
https://www.youtube.com/watch?v=szfrYtAlQ-4
Lousjekoesje. Haha! Dank je wel.