Het jongetje in de coupé pakt de perkamenten hand van zijn oma. Een jaar of zes, schat ik hem. Een fris snuitje.
‘Wat is dat oma?’
‘O, iets uit de oorlog. Dan wisten ze wie ik was.’
‘En dat?’
‘Dat zijn ouderdomsvlekken.’
‘Krijg ik die ook als ik oud ben?’
‘Dat weet ik niet.’
‘Ik wil later geen vlekken.’
‘Ja, niet zo mooi, hè?’
‘Want dan bent u al dood.’
‘Och, dat duurt nog heel lang, hoor.’
‘En ik wil geen oorlog.’
‘Er komt geen oorlog, hoor – kijk, koeien.’
‘Wat zijn die dingen, oma?’
‘Welke dingen?’
‘In de oren van de koeien.’
‘Daar staat een nummer op. Dan weten ze wie ze zijn.’
‘Ze hebben vlekken; zijn koeien ook oma’s?’


Ontroerend gesprek tussen oma en kleinzoon, mooi Han. Raak dat je de oormerken van de koeien erbij haalt. Geeft opnieuw te denken, levende wezens als nummers…
Liever ouderdomsvlekken dan geen ouderdom.
Nummers en levende wezens…we doen allemaal (al dan niet bewust, ongewild) mee. Je eigen telefoonnummer, je BSN, je bankrekening, je nummer bij de belastingdienst enz.
Alice, dank je wel. Ze kunnen koeien toch ook chippen, net zoals honden en katten?
Luv, een getatoeëerd nummer op een arm is natuurlijk weer wat anders.
@Han: een van de voordelen van het reizen met de trein is dat je dit soort pareltjes van gespreken kunt opvangen
Lisette. Ja, al is dit fictie.
Mooi. Nee, bij dieren zijn vlekken juist prachtig.
Maar ik proef ook de boodschap: niemand is perfect, wees jezelf enzo.
Lousjekoesje. Jezelf moet je altijd blijven.
Natuurlijk, maar daar kom je helaas pas op je 25ste ofzo achter.