Uiterst rechts loop ik als linksbenige over het zebrapad. Een fatbiker rijdt met een noodgang mij bijna van de sokken. Het scheelt niet veel of ik ben in plaats van een zwevende een vliegende kiezer.
Als ik op de ijsbaan een bocht schaats, zet ik op links de meeste druk. Maar ja, rechts heb je toch nodig om vooruit te komen, ook naar het stemlokaal. Vroeger was alles overzichtelijk: GroenLinks en voorgangers liepen in een tuinbroek, PvdA in corduroy broeken en jasjes, en VVD in het driedelig. Nu loopt iedereen links en rechts door elkaar.
Ik breng mijn stem uit, laat het huisvestingsprobleem machteloos in de stembus achter en steek veilig de Middenweg over, waar een dakloze een krant verkoopt.


Ja het was mooi weer op de 22e.
Door het benoemen van het zebrapad krijg ik een beeld van traditioneel geklede politici kriskras de oversteek maken, een kleurrijk geheel. Mooi.
Maar zo bont en vrolijk voelt het niet echt. Of komt dat doordat kleuren in elkaar overlopen?
Elke stem telt!
Dat links-rechts blijft leuk om taalkundig mee te spelen. Ambidexter lijkt nu verstandig. Sommige linkshandige ouderen schrijven met rechts omdat dat verplicht was.
Dat beeld dat een oude man bijna werd aangereden door een jongen op een fatbike zag ik van de week, in een aflevering van Wortelboer en Van Rossem die ik terugkeek, ik geloof de 1e aflevering.
Lousjekoesje. Ik ben rechtshandig maar linksbenig.
Alice, zoals ik schreef, alles loopt door elkaar.