‘De militaire arts, zelf uit den vreemde, onderzocht me, keek naar de littekens door uitgesneden karbonkels. Diepe putten waren pas dicht. “U voelt zich niet senang, hè? Volgende week krijgt u bericht.”
De brief voor de Arbeitseinsatz was door een Nederlander geschreven, maar in opdracht van de mof. Nu ging het om een ‘binnenlandse’ aangelegenheid, een politionele actie. Ik verdomde het: bij de boer in Rijssen kon ik onderduiken, voor de tweede keer in mijn leven, dat hij gered had toen ik als dwangarbeider Duitsland ontvluchtte.
Met de brief in mijn handen zat ik op de trap, maar ik was in de zandbunker en zag de lichamen.
Door mijn getril ging de brief moeizaam open: ik hoefde niet naar Indië!’


Karbonkel heb ik even opgezocht.
Mooi.
Ja, oorlog slaat zeker diepe putten. De vader van een collega van mij noemde die karbonkels mijn robijnen. Hij zei er een woord (bijvoegelijk naamwoord) voor, maar dat weet ik niet meer. Misschien zwarte, maar nogmaals, dat weet ik niet meer.
Levja. heb ik nog van mijn 90-jarige tante gehoord dat de gaten in mijn vaders lichaam maar heel langzaam genazen.
Mijn vader vertelde dat hij pertinent geweigerd zou hebben naar Indië te gaan.
Lousjekoesje, dank je wel. Nee, lang niet iedereen weet wat karbonkels zijn.
Han, goed dat je het verhaal van je vader blijft vertellen.
Mooi indrukwekkend stuk, karbonkel moest ik ook opzoeken, ik ken het wel als zevenoog.
Luc, dank je wel. Ja, zevenoog is een andere benaming hiervoor.
Oh, gaat het om je eigen vader? Pff, dat raakt.
Lousjekoesje. Helaas wel.