‘Neen, nicht Alida, ik ga alleen de spreekkamer in.’
‘Meneer Vreeswijk, gaat u zitten.’
‘Ik blijf om mij moverende redenen liever staan.’
‘Uw rug?’
‘Neen, problemen met de billen.’
‘Laat maar zakken, meneer Vreeswijk. Bukt u eens… Hè, meneer Vreeswijk toch…!’
‘Pardon, Alida heeft gisteren gekookt.’
‘Hoe komt dit?’
‘Nieuw tuinmeubilair. Au!’
‘Ze moeten er toch uit, meneer Vreeswijk.’
‘Ha meneer Vreeswijk. U boft maar met dit mooie weer. Zit lekker hè?
‘Neen. “Uitzonderlijke kwaliteit”, “een hoog ligninegehalte”. Lawaaibomenhout is het. Ik wil mijn geld terug.’
‘Ammehoela.’
‘Nee, Vreeswijks hoela. Geef zijn geld terug.’
‘En jij bent… Werk je hier in het tuincentrum, tuinkabouter? Haha.’
‘Alida, zijn nicht. Ik kan heel goed verbouwen. Mag ik uw bijl even vasthouden, meneer?’


De eerste alinea bij de arts vind ik sterk, de 2e is in de tuin, maar ik begrijp de laatste alinea niet helemaal. Wie zijn hier aan het woord?
Even gepuzzeld en ik snap wie wat en waar zegt.
Wat mij puzzelt (anglisisme?) is hoe de splinters in de heer Vreeswijks billen komen. Is hij een nudist?
Alice. Het staat er: Alida. En de verkoper van de tuinmeubels.
Levja. Uit oogpunt van privacy kan ik daar niet op ingaan. Maar het kunnen natuurlijk ook gewoon gemene splinters zijn.
Om een beroemd taal/voetbalvirtuoos aan te halen: ‘Je begrijpt het pas als je het ziet.’
Het is zover. Dank, Han
Haha. Hij had er beter ook kussens bij kunnen kopen. Voor zijn achterwerk en dat Alida groter lijkt.
Lousjekoesje. De splinters gingen dwars door de kussens heen.
Ach, arme meneer Vreeswijk. Zonde van de kussens, ook.