‘Wat ik hier nu weer lees, nicht Alida…’
‘Wat, Vreeswijk?’
‘Het journaille kan geen fatsoenlijke zin meer schrijven: “Vrouw met hond bekeurd voor plassen op een speelweide.”’
‘Misschien wist ze niet dat het een speelweide was of kon het beestje zijn of haar plas niet ophouden. Kan toch? Dat heb je vooral met teefjes. Trouwens, de laatste tijd heb ik ook moeite…’
‘Dat hoef ik niet te weten, Alida. Waar het om gaat is de incorrecte, vage zin. Want wie heeft er geplast?’
‘Die hond natuurlijk.’
‘Ik bedoel taalkundig, Alida. Zij hebben het grammaticaal over een vrouw die plast.’
‘Doe niet zo pietluttig. Iedereen begrijpt het toch? Zeik toch niet zo, Vreeswijk.’
‘O… uh… “De vrouw beweerde blaasproblemen te hebben.”’


Ik zat al met smart op de heer Vreeswijk te wachten, met een themawoord als dit kon een avontuur van hem niet achterblijven.. :-))
Alice. Haha, je houdt hem niet tegen. Dank je wel.
Ik snapte de clou wel eerder maar ik heb dan ook iets met taal.
Het zou een conversatie tussen mijn ouders kunnen zijn terwijl ze denken dat ik even naar de wc ben.
Toch wel een goede clou.
Haha, leuk Han! Zo’n taalzeikerd kan ik ook zijn. Ik kan dat wel waarderen 🙂
Lousjekoesje. Dank je wel!
Inge. Als je het zo wilt noemen dan ben ik het ook, haha!
Ik zie het voor me, dat plassen dan.
En weer is het leuk. Graag gelezen.