TRRIING
“Goedemiddag mevrouw, bestekinspectie. Mag ik uw eetgerei zien?”
Wat ben ik blij dat Herve me heeft gewaarschuwd dat ze deze week zouden langskomen. Ik ben goed voorbereid. Trots open ik de besteklade.
Alle vorken, messen en lepels liggen netjes in hun eigen vakje en met het handvat beneden. De lepels heb ik zelfs binnen het vakje op elkaar gestapeld, omdat het 2 formaten zijn. Dan heb ik nog een vakje met de kleine lepeltjes en de kleine vorkjes omgekeerd. Alle scherpe messen heb ik in het lange vak ernaast.
“Mooi, mevrouw, deze lade is in orde. Mag ik er even bij, alstublieft?”
“Deze lade hoeft toch niet, hier zit geen bestek in?”
“Het gaat om AL het eetgerei, mevrouw.”


Ik krijg een bestek-la als uit het boekje voor ogen, Lousjekoesje (en ook de andere variant, die er precies zoals de mijne uitziet!)
Zo mag ik het graag zien, Lousjekoesje. Lepels, en ook vorken, stapel ik op elkaar en leg ik vervolgens op de zijkant, met de bolle kant naar links. Omdat ik rechtshandig ben pak ik ze van rechts naar links.