‘Wie kent er een uitdrukking of gezegde met daarin een eetgerei, iets uit de bestek-la? Steek je hand op als je iets weet en luister naar elkaar.’
‘Een vorkje meeprikken.’
‘Dat klinkt deftig Mick, wie nodig je uit?’
‘Alexia lijkt me gezellig.’
De jongens lachen en de meisjes zuchten verveeld.
‘Opschepper!’ roept Aïsha.
‘Je moet het heft in eigen hand nemen, toch?’, oppert Richard.
‘Maar het mes snijdt wel aan twee kanten, hè?’, reageert Tanita.
‘Ja en als je date soepel verloopt, snijdt het als een warm mes door de boter.’
‘En eindigt het hopelijk in lepeltje, lepeltje.’
De bel gaat.
‘Nog eentje meneer: de klok horen luiden maar niet weten waar de lepel hangt!’
‘Dat is de klepel, Georgino.’


Leuke dialoog, Alice. Zeker hartjewaardig.
“De bel gaat” had er voor mij niet tussen gehoeven.
Alice. Leuk bedacht.
bestek-la – bestekla
lepeltje, lepeltje – lepeltje-lepeltje
Ewald, ik wilde weergeven dat Georgino op de valreep nog een goede inval had, vandaar de bel. Ik dacht dat dat van belang was, maar dat blijkt van niet. Dank voor je reactie.
Han, dank voor je reactie en taalkundige raad
De kinderen weten goed *Hoe de vork in de steel zit!*
Ik kan me niet herinneren dat ik op de basisschool zo’n les heb gehad. Dat is later wel goedgekomen, hoor.