‘Een röntgenfoto is zo gemaakt, je voelt niets, maar waarom geven ze niet gelijk de uitslag? Zit je een week in de zenuwen,’ zegt mijn moeder. ‘We moeten even wachten of de foto is gelukt.’
Ze schiet in de lach en wijst met haar hoofd naar de vrouw naast ons: een dikke laag roos op haar kraag.
‘Rotzak, stond ik mooi voor schut op de markt toen ik mijn paraplu opzette. Mijn haar en jas bezaaid met witte dingetjes. Jij ook altijd met je geintjes…’
‘Wil je koffie, mam?’
‘Twee koffie alsjeblieft.’
‘Zeven euro, meneer.’
‘Zeven euro?! Kan het ook zwart?’
Ik ruim mijn kast op, de oude zware perforator valt open op de grond – moet ik lachen of huilen?


Hallo Han, mooi die verwerking van de herinnering met de perforator en de schets van verschillen in plek en tijd door een zin.
Alleen de zin ‘we moeten even wachten of de foto is gelukt’, lijkt mij niet bij je moeder horen, maar bij een arts.
Menno, dank je wel. Nee hoor, vroeger zei de ‘fotograaf’ (en zeker niet een arts) dat je even op de gang moest wachten of de foto was gelukt. En dat vertelt mijn moeder aan mij.
Mooi. Vooral ook de laatste zin.
Levja, dank je wel.