Trompetgeschal klinkt vanaf de wachterstoren, kettingen rinkelen als de ophaalbrug wordt neergelaten voor de jonkheer en zijn gevolg. Franciscus de Verschrikkelijke wordt geflankeerd door zijn beste vrienden; ook Joris en Adelbert zijn getalenteerde jagers.
Het was een vruchtbare jacht. De hulptroepen achter het trio zeulen twee everzwijnen, drie fazanten en twee hazen met zich mee.
Paardenhoeven klossen ritmisch over de keien van de binnenplaats, het gepeupel applaudisseert en buigt diep voor hun heer. Niet zozeer uit eerbied, slechts gevoed uit angst voor reprimandes.
De vrouw die met haar zoontje voor de stoet langsloopt, struikelt en belandt voor de benen van Adelberts paard.
“Weg met dat uitvaagsel!”, briest de jonkheer.
De vrouw raapt vlug haar oudbakken brood op en strompelt weg.


Goed de tegenstellingen weergegeven, Alice.
Gek genoeg zijn die er nog steeds. In een andere vorm, maar toch.
Door de titel raakte ik even in de war. Maar dat zal aan mij liggen.
Dank je Levja. Ik bedoelde er het verschil mee weer te geven: dat de rijke heren een goede vleesmaaltijd hebben en de gewone vrouw het met een een oud stuk brood moet doen.
Alice, toen ik het hele stukje had gelezen, vatte ik dat ook.
Misschien wil ik de tegenstelling al zien in de titel. Maar misschien wil ik te veel.
Alice. Goed stukje. Vroeger was het ook al een zooitje.
Knap geschreven stukje Alice.
Volgens mij is langslopen het hele werkwoord, dus … voor de stoet langsloopt.
Dank voor jullie reacties Han en Ewald. Daar win ik maar mooi weer een woord mee, Ewald! Dank 🙂
Mooi stuk, familiegeschiedenis? Grt.
Dank je Luc, eventuele gelijkenissen berusten geheel op toeval
Wow, je hebt de titel veranderd, Alice. Ik vind het super zo.
Hier nog een hartje daarvoor. <3
Dank!
Ha Alice, ik geloof dat ik wat in de bonen was met mijn opmerking dat je de titel had veranderd. Ik denk dat ik me toch kan verenigen met wat je als eerste schreef.