Ik placht nog weleens een stukje te schrijven. Vrijwel dagelijks. Het was een gewoonte geworden. Ik gunde me geen tijd om ook maar even een plasje te plegen.
Het veen is afgegraven. Op de onvruchtbare zandgrond waarop niets meer groeit, staat een plaggenhut van ergernis aan mensen die zich ‘irriteren’, praten over ‘het leven is een feest, maar je moet zelf de slingers ophangen’, en van hun handen een hartje maken, die zelf een lijst opstellen van verouderde en zelfs verboden woorden die ik niet meer mag gebruiken. Ik heb het gehad, nam ik me voor.
Maar ik ben een verslaafde recidivist, dus ben ik weer begonnen met tikken, ook op eigen vingers, als veelpleger van aanslagen op mijn toetsenbord.


Een oude vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken…
Steeds weer bewondering voor een stugge aanhanger van de adelaarsmethode. Grt
Luc. Ik weet niet wat die methode inhoudt, maar daar gaat dit stukje inhoudelijk dan ook niet over.
Lijmstok. Al mijn haren heb ik nog.
Han, als ik me niet vergis, tik jij nog steeds met het tweevingersysteem, ook wel de adelaarsmethode genoemd waarbij de vinger al speurend over het toetsenbord gaat.
Zelf heb ik als een van de twee jongens in een klas vol meiden, machineschrijven als vak gehad op het MEAO. Tik 10 vinger blind en ben nog steeds blij dat ik destijds de keuze heb gemaakt om het extra vak te volgen, niets ten nadele van dit of andere stukken van jouw hand. Grt
Luc. O, wat een leuke benaming. Drie vingers lukt me, maar ik ben een waardeloze typist, hoewel ik de letters goed weet te vinden. Op het atheneum was dit geen keuzevak en voor mijn werk was er een typiste of secretaresse. Ik ben verwend.
Han: leuk, het gaat eens over jezelf. Wist je dat onderin het veen nog veel historie te vinden is, ook al is het diep weggezakt?
Berdien. Ja, er wordt nogal eens wat gevonden. Interessant zo uit de oudheid.
@Han: tik(te) jij dagelijks en stukje? Dan ben je nog eens een aanslag-pleger!
Lisette. Ja, ik beken.