Ik had behoorlijk wat surfuurtjes gemaakt. De uitkomst bleek een treffer: we belandden in een prachtig vakantiehuis met de zee ongeveer in de achtertuin. Via een langeafstandswandeling liepen we eindeloos langs prachtige kusten.
Er zijn natuurlijk altijd verbeterpunten: de twee stopplaatsen halverwege waren minder geslaagd.
We kwamen terecht in rare chambres d’hotes. De eerste eigenares hing gastvrij in de deur, terwijl wij aten. Ik kon de tattoo op haar arm niet vertalen. Het voelde ook wat schimmig om haar contant te betalen.
Op de terugweg bleek een ‘mooi verbouwd vissershuisje’ een containerblok op de binnenplaats. We werden ontvangen door de belle-mère, die meer leek meer op een toverkol uit een sprookje.
Genoeg motivatie dus om weer naar huis te gaan.

Soms is het echt: Oost west, thuis best. Maar ik zie jullie belevenissen best voor me en je hebt weer inspiratie opgedaan om te schrijven. 🙂
Kijk nog even naar deze zin: ‘Die meer leek meer op een toverkol uit een sprookje.’ Een meer te veel.
@Levja: wat je zegt, zo’n situatie is weer leuk om als schrijfobject te gebruiken
En dank voor de tip, soms lopen zinnen niet goed doordat ik dingen veranderd heb. Ik ga het aanpassen.