‘Neen, nicht Alida, ik houd niet van verkleedpartijen.’
‘Hoe zie ik eruit, Vreeswijk?’
‘Niet anders dan anders met die steunkousen. Maar met die gebloemde zuidwester op ben je net een toverkol.’
‘Dat is ook de bedoeling van dit feestje. Je hebt toch het thema gelezen?’
‘Ja, dat heb ik. Kun je niet alleen gaan?’
‘Alleen? Frank verwacht ons. Ik heb al een stukje geschreven, in precies 120 woorden.’
‘Waar gaat het over, Alida?’
‘Over een norse kleinburgerlijke man.’
‘Staan er geen spelfouten in?’
‘Ik geloof het niet.’
‘Geloven doe je in de kerk. Je weet hoe die betweter is.’
‘Wie?’
‘Ik kan zijn naam niet uit de strot krijgen. Waar gaat het over?’
‘Over een kleinburgerlijke man en zijn nicht.’


Mooi jubileumstukje, Han.
Fijn dat de heer Vreeswijk ook op het feestje komt. Kan ik hem naar zijn voornaam vragen 😉
Ewald, dank je wel.
Levja, misschien komt Alida toch alleen…