Natuurlijk heeft ze gelijk, die feeks. Ja, ik had kunnen bellen of een berichtje kunnen sturen. Maar zij weet ook hoe druk het is. Dat ik me soms verlies in mijn werk. En ja, het is niet de eerste keer.
Nu zit ik hier. Op de bank. Een bord met afgekoeld eten op schoot.
‘En je mag blij zijn dat ik het nog voor je opschep,’ beet ze me toe voor ze verder zweeg.
Zij. Televisie aan. Volume hoog. Andere uiteinde van de bank. De heks. Na meer dan twintig jaar zou ze me toch moeten kennen? De trut. De kenau. Toverkol. Dit keer zal ik ook eens zwijgen.
Dan kijkt ze me aan. Toch die betovering.
‘Sorry,’ zeg ik.


Hadeke. Ja, zo kan het gaan, zo kan het zijn. De sfeer goed weergegeven.
beet ze me toe voor ze verder zweeg – bijt ze me toe voor ze verder zwijgt. Het stukje staat in de o.t.t. dus zou ik dit niet in de o.v.t. schrijven.
@Hadeke: soms kan inwendig schelden heerlijk opluchten, en is je sorry nog gemeend ook