‘Gaat ‘t, Maria, moet ik je helpen?’
‘Dat vraag je nu ik al boven ben.’
Maria is een ‘lichtgevende’, lange vrouw. Zo zie je haar wel en zo zie je haar niet: ze is bedevaartreisleidster. Haar zoon vertoont zich nooit meer.
‘Mannen hebben nooit wat in de gaten,’ puft ze terwijl ze een paar treetjes mineraalwater voor haar deur kwakt.
Waarmee is dat water ingestraald, ben je soms met Maarten van Rossem op bedevaart geweest?’
‘Doe niet zo achterlijk!’
‘Ik maak maar een grapje.’
‘Je moet je grapjes voor je houden.’
‘Tjonge, je hebt de humor van een lantaarnpaal.’
Dat had ik niet mogen zeggen. ’s Avonds loop ik naar buiten, sta voor een lantaarnpaal en bied mijn excuses aan.


De laatste zin is hilarisch. Ik zie het voor me.
Levja, denk je dat ik wat minder moet drinken?
Veel water drinken is juist goed, Han, ha ha
Levja. Nou, met dit weer bevriezen mijn grote oren al snel. Om nu ook nog een waterhoofd te krijgen…