Mijn stad breidt zich uit: een enorme wijk ontstaat, met veel grote huizen. De huizen hebben het boerenlandschap overgenomen. Een heel dorp raakt omsingeld. Het maakt me boos: ik ben tegen urbanisatie, het oprukkende stadsleven verpest de omgeving.
Tevreden woon ik in mijn wijk: voldoende groen, buiten het lawaai van de ringweg verderop.
Dan hoor ik iemand vertellen hoe hij vroeger de koeien en de polder zag waar nu onze huizen staan. En ik snap dat het niet zo simpel is als ik zou willen. Als er meer mensen naar de stad verhuizen, moeten er dus ook meer woningen komen. De natuur komt in gedrang. En ik moet verder reizen om die tegen te komen. Waar trekken we de grens?

Of je nu voor of tegen bent Lisette, het zijn tegenstrijdige belangen. Enkel op te lossen door overleg en compromissen te sluiten. Maar als de bestuurders (zoals geopperd door Han) niet weten wat er speelt blijft het rommelen. Ik denk dat jij degene bent die zich moet aanpassen…hoe vervelend dit dan ook is, af en toe.
Ik voel helemaal met je mee. Waar vroeger weilanden waren, staan nu villa’s hutjemutje.
@Luc: ik hoop bij een compromis dat het beide partijen ook wat geeft.
@Levja: ik hoorde ooit het woord ‘inbreiden’. Het houdt in dat bestaande plekken binnen de stadsgrenzen worden bebouwd of een andere bestemming krijgen. Kan dus ook.