‘Ik gebruik graag ouderwetse woorden zoals snoodaard, vlegel of snotaap. En het kwam net goed uit omdat ik de Camera Obscura bespreek.’
‘Zo’n jongen kun je zó niet noemen. Dat hoef ik toch niet nader uit te leggen?’
‘Hoezo? Je zet iemand neer, maar juist zonder aanzien des persoons. Je wordt bedankt, nu sta ik voor aap.’
‘Er zijn nu eenmaal dingen die je niet meer kunt zeggen.’
‘Had ik hem dan beter een ‘Stastokkerige’ oorvijg kunnen geven, als we het toch over Hildebrand hebben? Moest hij wel eerst zijn koptelefoon afzetten.’
‘Nee zeg, natuurlijk niet! Maar zo’n jongen een aap van een jongen noemen is discriminerend – en ga naar de kapper, dat matje in je nek is geen gezicht.’


Leuk stukje, Han. Voor veel jongere lezers zal Camera Obscura abracadabra zijn.
Woorden als schelm, schobbejak, schavuit hoor je ook nog maar zelden.
Ewald. Dank je. ‘Pieter is waratje verliefd’. ‘Hoe wij uit spelevaren gingen’. ‘Een onaangenaam mens in de Haarlemmerhout’. En natuurlijk: ‘De familie Stastok’.
Misschien een waardevolle aanvulling voor degenen die hier totaal onbekend mee zijn (verrukkelijk Nederlands trouwens):
https://cf.hum.uva.nl/dsp/ljc/beets/camerac.html
Voor mij is en blijft de Camera Obscura een meesterwerk. Goed dat je dit blijft doorgeven, Han.
Ewald, zeker een goede aanvulling.
Levja. Ik heb veel boeken moeten lezen voor mijn boekenlijst. De Camera Obscura is me altijd bijgebleven. Hoe verhalen leven, zonder de opgelegde regels.
Oeps…nooit gelezen…Grt.
Luc. De moeite waard om te lezen.