‘Het is m’n werk, mensen gaan uit om te lachen.’
‘Is het niet grotendeels improvisatie?’
‘Welnee. Lappen tekst moet ik uit mijn kop leren. De kunst is om het zo te spelen dat het lijkt alsof je improviseert. En er wordt wat geschmierd…’
‘Geschmierd?’
‘Je medespelers aan het lachen proberen te maken, uit hun rol spelen. Dat vindt het publiek geweldig. Ook dat is geacteerd. Het voordeel is dat als je écht uit je rol valt, dat niet in de gaten loopt. Als je voor de zoveelste keer een voorstelling speelt, ben je er soms met je gedachten niet helemaal bij.
Maar zolang ik kan onthouden wat ik moet vergeten ben ik op de goede weg naar het laatste bedrijf.’


Goed stukje, Han. Ik heb een enorme afkeer van schmieren en zogenaamd uit hun rol vallende artiesten. Johnny en Rijk waren hier een meester in. Ik zat daar vaak met plaatsvervangende schaamte naar te kijken.
Ewald, dank je wel. Die twee konden er wat van. Totaal niet komisch.
Al die “spontane” voorstellingen zijn inderdaad ingestudeerd. Met dat in het achterhoofd zijn ze al een stuk minder leuk om aan te horen, laat staan te zien. Leuk stuk, Han. Grt.
Luc, dank je wel. Zolang mensen het leuk vinden…
En een prachtige laatste zin. Ik ben blij dat je die hebt vastgelegd voor het in de vergetelheid zou raken.
Alice ‘opdat wij niet vergeten’.
Ooit een documentaire gezien over Toon Hermans, de gekmakende precisie waarmee hij zijn teksten op nonchalante wijze gebracht wilde hebben. Niks klein en uit het hart.
Berdien. Daar noem je iemand! Precisie en timing. Ongeëvenaard.
Ik las eerst Bijbelspeler als titel. En dacht aan de acteurs die a.s. donderdag te zien zijn in The Passion. Leuk dat ze ook het verhaal van Hemelvaart gaan opvoeren. Daar is niet veel grappigs aan.
Humortheater is een val apart. Toon Hermans was een goede. En Andre van Duin.
Lousjekoesje. Toon is tijdloos!