Ze is al jaren mijn onbereikbare liefde, in mijn systeem genageld met de onverbiddelijkheid van een steenpuist.
Af en toe erupteert er een vlaag bitterheid, wens ik dat ik haar los kon laten, dat ze verdween om nooit meer terug te komen. De doodsengel in mijn smartelijke pathos. Meestal loop ik over van verlangen naar haar, mijn muze en monster, Medea die haar slangenhaar om mijn hart heeft gewikkeld als wurgkruid met uitlopers naar het dagelijks leven.
Lies heet ze. Daarvoor waren het Hennie, Jacobien, Margot, Rianne en andere delen van het alfabet, maar die waren minder pijnlijk. Nu is het strompelen met een ongeneesbare Liesblessure en ik ben zo bang geworden om te vallen. Of ben ik dat al?

‘…met de onverbiddelijkheid van een steenpuist.’ Die zal ik niet meer vergeten.
Mooi geschreven, Berdien.
Wat een prachtig stuk proza Berdien. Driewerf hulde.
@Berdien: je bent allerminst een gevallen vrouw!