‘Ik heb als rozenkweker mijn leven lang met pesticiden en fungiciden gewerkt. Mijn bescherming werd steeds beter. Maar van de natuur, en dus uiteindelijk toch ook weer van mij…?
Men wil geen aangetast blad, geen beestje in de sla. Voorgewassen groente in plastic zakken. Biologisch? O, dat is nog beter.
Ik heb mijn pensioen gehaald, gewoon mazzel. Mijn compagnon niet. Een sportieve, gezonde vent. Rookte niet. Maar aan gave rozen zitten ook doorns. Het laatste bosje was voor hem.’
‘Het gif?’
‘Nee, getroffen door de bliksem.
Zegt zo’n ‘vrouw’ op tv – mijn taalgebruik is minder giftig geworden – “die prik moet in die arm. Opschalen! Als je rookt heb je meer kans op trombose”.
Waarom zou ik dan dubbel risico lopen?’


Zijn we dan toch nog verre familie Han?
Luc, wie weet… fictief.
Han. Krachtig verwoord. Mooi subtiel de drogreden van zo’n zelfbenoemde hysterische kruisridder gebruikt om haar met de eigen retoriek te confronteren.
Ik heb vaag het idee dat er hier een daar een aanhalingsteken ontbreekt. Misschien nog even op controleren?
Cesar. Bedankt. Nee, er ontbreken geen aanhalingstekens. Dezelfde persoon is/blijft aan het woord, in verschillende alinea’s.
Han. Dan zal die indruk bij mij gewekt zijn omdat ‘bliksem’ en ‘zegt zo’n vrouw…’ op aparte regels staan. Maar jij bent erg secuur in die dingen, dus dat moet vrijwel zeker waterdicht zijn.
Cesar. Ik vergeet weleens wat, hoor. Maar in dit geval is dus dezelfde persoon aan het woord, in aparte alinea’s.
Han. Dan was ik zelf de weg kwijt in het ‘bos’ van aanhalingstekens. Excuses dat ik hier onterecht op heb gewezen.
Cesar. Ben je gek! Geen excuses hoor.