Afgelopen maand was er een retrospectief van mijn gedichten op rijstkorrels, in het piepkleine poëziemuseum in een buitenwijk van Moermansk.
Het gebouw is zo klein, dat er steeds maar één bezoeker naar binnen kan.
Dit kunstkabinet bestaat voornamelijk dankzij giften van mecenassen en wordt tevens gul gesponsord door een bekende Russische keten van opticiens.
De recensies in de dagbladen waren onverdeeld positief: ‘Het oog wil ook wat,’ ‘Groots hoeft niet altijd kolossaal te zijn,’ ‘Eindelijk poëzie die ook nog de maag vult,’ ‘Een nieuw genre is geboren: atoompoëzie’ en ‘Wie het kleine niet eert, weet niet wat ie ontbeert.’
Rest mij nog het Europees Steunfonds der Internationale Letteren te bedanken voor de royale werkbeurs die dit succes mogelijk heeft gemaakt.

Hij is geinig Cesar.
Wie het kleine niet eert…
Toch fijn dat dit wel moeiteloos leesbaar is.
Willem. Fijn dat je ook de humoristische kant van dit ongekende succes inziet.
Lousjekoesje. Klopt, ik heb dit succes in een wat groter lettertype met jullie willen delen, zodat ik weet dat eenieder het ook echt zonder hulpmiddelen kan lezen.